Voor verhuurders is de Wet betaalbare huur in 2026 geen abstract onderwerp meer, maar dagelijkse praktijk. Sinds 1 juli 2024 vallen veel zelfstandige huurwoningen met een beginhuur in het middensegment of met 144 tot en met 187 WWS-punten onder gereguleerde middenhuur.

Dat betekent dat niet alleen de marktvraag telt, maar vooral of de huurprijs past bij de kwaliteit van de woning en de onderliggende puntentelling.

Waar moet u in 2026 vooral op letten?

Voor huurcontracten die in 2026 starten, ligt de middenhuur grofweg boven € 932,93 en tot maximaal € 1.228,07 per maand, zolang de woning binnen het puntenbereik valt. De beginhuur alleen is dus niet genoeg: ook het puntenaantal blijft bepalend.

Waarom de puntentelling nu zwaarder weegt

De maximale huurprijs moet aansluiten op de kwaliteit van de woning. Denk aan oppervlakte, energielabel, voorzieningen, buitenruimte en afwerking. Een fout in de puntentelling kan direct betekenen dat u te weinig vraagt of juist te veel risico neemt.

Praktisch voor beleggers

Laat vooral woningen in het overgangsgebied opnieuw toetsen. Dat geldt zeker bij renovatie, verduurzaming of wisseling van huurder. Juist daar zit vaak winst in een betere onderbouwing, zonder buiten de wet te treden.

HomeINN kijkt in de praktijk niet alleen naar de huurprijs, maar ook naar het dossier erachter. Want in 2026 is niet de aanname leidend, maar de onderbouwing.